Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van artikel 287a lid 1 Faillissementswet om een gedwongen schuldregeling af te dwingen tegen vijf schuldeisers. Vijf schuldeisers stemden in met het aangeboden akkoord, maar één schuldeiser, [schuldeiser 4], weigerde in te stemmen vanwege het te lage bedrag van de regeling.
De rechtbank heeft het standpunt van deze schuldeiser onderzocht en beoordeeld of de weigering in redelijkheid kon worden gegrond. Verzoeker baseerde zijn schuldregeling op een saneringskrediet met aflossing vanuit een PW-uitkering, omdat hij aanvankelijk niet in staat werd geacht te werken vanwege psychische klachten.
Tijdens de zitting bleek dat verzoeker inmiddels een baan heeft gevonden met een bruto uurloon van €13,68, en mogelijk een werkweek van minimaal 36 uur kan draaien. Hierdoor is niet aannemelijk dat het oorspronkelijke voorstel het maximaal haalbare is. De belangen van de weigeraar wegen daarom zwaarder dan die van verzoeker en de overige schuldeisers.
De rechtbank wijst het verzoek tot het bevelen van een gedwongen schuldregeling af. Een afzonderlijke beslissing over de schuldsaneringsregeling volgt nog.