Eisers hebben het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem verzocht om handhaving tegen het bouwen van een speelvoorziening zonder omgevingsvergunning, omdat zij overlast ervaren en menen dat de vergunning onterecht is verleend.
Het college heeft het handhavingsverzoek afgewezen omdat er een omgevingsvergunning was verleend voor het bouwen en gebruik van de speelvoorziening, waardoor er op het moment van het besluit geen overtreding bestond waarop handhavend kon worden opgetreden.
De rechtbank heeft beoordeeld of het college ten tijde van het bestreden besluit bevoegd was tot handhaving en concludeert dat dit niet het geval was. De omgevingsvergunning legaliseerde de overtreding, zodat het college de afwijzing van het handhavingsverzoek terecht in stand heeft gelaten.
Het beroep van eisers wordt daarom ongegrond verklaard. Eisers krijgen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Smits op 9 september 2024.