Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 mei 2024, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 3 juli 2024;
- de akte van Bolderhaven van 14 augustus 2024 met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Bolderhaven C.V. betaling van een huurachterstand, rente, incassokosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning te Rotterdam. De huurovereenkomst bevat een huurprijswijzigingsbeding dat jaarlijkse verhogingen van maximaal 5% bovenop de CPI toestaat.
De kantonrechter toetst ambtshalve de eerlijkheid van dit beding aan Richtlijn 93/13 EG. Uit het onderzoek blijkt dat het beding de verhuurder een verhoging toekent die verder gaat dan wat op grond van een redelijke marktevaluatie gerechtvaardigd is. De rechter acht een stijging van CPI plus drie procent redelijk, maar niet de overeengekomen vijf procent. Een mogelijke renovatie rechtvaardigt deze afwijking niet.
Omdat het beding oneerlijk is, wordt het vernietigd en geacht nooit te hebben bestaan. Dit betekent dat alleen de oorspronkelijke huurprijs kan worden gevorderd. Omdat Bolderhaven onvoldoende heeft toegelicht wat de actuele huurachterstand is, kan de rechter niet vaststellen dat er een achterstand bestaat. De vorderingen tot betaling, rente, incassokosten en ontbinding worden afgewezen.
Bolderhaven wordt veroordeeld in de proceskosten, terwijl de gedaagde geen kosten heeft gemaakt. Het vonnis wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard omdat er niets wordt toegewezen dat afdwingbaar is tijdens een eventueel verzet.
Uitkomst: De vorderingen van Bolderhaven tot betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en ontbinding worden afgewezen wegens oneerlijkheid van het huurprijswijzigingsbeding.