Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 mei 2024, met bijlagen;
- het antwoord (de e-mail van [gedaagde] van 20 mei 2024), met bijlagen;
- de brief van de gemachtigde van Woonbron van 2 augustus 2024, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft sinds maart 2022 een woning gehuurd van Stichting Woonbron en is gestopt met het betalen van de huur vanwege persoonlijke problemen met derden, waaronder een erfenis en een zorgmachtiging. De kantonrechter oordeelt dat deze omstandigheden losstaan van de contractuele relatie met de verhuurder en geen rechtvaardiging vormen voor het niet betalen van de huur.
Woonbron heeft haar verplichtingen als verhuurder volledig nagekomen, waardoor de huurder haar betalingsverplichtingen moet nakomen. De huurachterstand bedraagt €7.581,39 tot en met augustus 2024 en is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 6:265 BW Pro.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstand met wettelijke rente, ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en betaling van een gebruiksvergoeding tot de ontruiming. Incassokosten en rente worden afgewezen vanwege een oneerlijke boetebepaling in de algemene huurvoorwaarden van Woonbron.
De kantonrechter wijst de overige vorderingen af en veroordeelt de huurder in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, ontruiming en gebruiksvergoeding.