De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming om de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen verblijven bij verschillende jeugdhulpaanbieders en vertonen gedragsproblemen. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar de vader werkt niet mee aan hulpverlening.
Tijdens de mondelinge behandeling, waar de ouders niet verschenen, is vastgesteld dat de jongste minderjarige een incident heeft meegemaakt waarbij hij onrechtmatig gefixeerd werd, wat leidde tot een gebroken voet en verlies van vertrouwen in de begeleiding. De kinderrechter benadrukt het belang van veiligheid en continuering van de uithuisplaatsing.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, en stelt dat de vader moet meewerken aan hulpverlening en gezinsopname voordat terugplaatsing wordt overwogen. De machtiging wordt verlengd tot 28 februari 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad.