In deze zaak eist Stichting Havensteder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning te Rotterdam vanwege een huurachterstand van ruim 11 maanden. De huurovereenkomst werd in 2013 gesloten met de ex-echtgenoot van de huidige hoofdhuurder. Hoewel de hoofdhuurder sinds februari 2023 de lopende huur betaalt en een klein deel van de schuld heeft afgelost, is de achterstand nog aanzienlijk.
De kantonrechter oordeelt dat beide huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de volledige huurachterstand van €7.286,20 en veroordeelt hen tot betaling van deze schuld inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten voor de ex-echtgenoot. De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming wordt bevolen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis.
De kantonrechter wijst de machtiging tot gedwongen ontruiming door Havensteder af, aangezien alleen een deurwaarder daartoe bevoegd is. Tot de ontruiming moeten de huurders een gebruiksvergoeding betalen. Havensteder heeft toegezegd niet tot ontruiming over te gaan zolang de lopende huur wordt betaald en naar draagkracht wordt afgelost. De proceskosten worden hoofdelijk aan de huurders opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.