De Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen: [minderjarige 1] verblijvend bij de grootouders moederszijde en [minderjarige 2] in het ziekenhuis. De ouders zijn belast met het gezag, waarbij de moeder het gezag heeft over de jongste.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat er ernstige zorgen zijn over de veiligheid van de kinderen vanwege huiselijk geweld en langdurig harddrugsgebruik door de vader. De vader liet [minderjarige 1] achter bij vreemde personen en er is onduidelijkheid over zijn verblijf in de woning. De moeder heeft de relatie verbroken en maatregelen genomen om de vader uit de woning te weren.
De voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing, verleend op 5 juli 2024 voor vier weken, worden verlengd tot 5 oktober 2024. De kinderrechter acht de verlenging noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, gezien de onveilige thuissituatie en het ontbreken van verbetering in het vrijwillig kader.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag.