ECLI:NL:RBROT:2024:9180
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overlijden verdachte in cocaïnehandelzaak
De rechtbank Rotterdam behandelde op 27 augustus 2024 de zaak tegen een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk binnenbrengen, afleveren, vervoeren en medeplegen van het bezit van 1434 kilogram cocaïne. De tenlastelegging omvatte ook het wederrechtelijk betreden van besloten haventerrein en containers, en deelname aan een criminele organisatie.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat de verdachte op 9 januari 2024 was overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvervolging bij overlijden van de verdachte. Zowel de raadsman als de officier van justitie stelden zich op het standpunt dat de vervolging niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. De zaak werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de tenlastelegging. De tenlastelegging betrof onder meer het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne, het plegen van braak en het deelnemen aan een criminele organisatie, maar deze werden niet inhoudelijk beoordeeld vanwege het overlijden van de verdachte.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van de verdachte.