Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Swartbox,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 31 mei 2024 en de stukken die daarin genoemd zijn;
- de schriftelijke reactie van Swartbox van 11 juni 2024;
- de rolbeslissing van 26 juli 2024.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen Swartbox en [persoon B] over de huur van een opslagruimte. [persoon B] had een huurachterstand van €1.309,- en eiste toegang tot de opslagruimte, die zij anderhalf jaar niet kon gebruiken vanwege verlies van de sleutel. Swartbox vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de huurachterstand, rente en incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand onbetwist was en dat het verlies van de sleutel geen reden was om niet te betalen. De huurovereenkomst was reeds rechtsgeldig opgezegd op 5 januari 2024 vanwege de huurachterstand, waardoor ontbinding niet meer mogelijk was. [persoon B] werd veroordeeld de opslagruimte binnen veertien dagen te ontruimen en de sleutels te overhandigen.
Daarnaast werd [persoon B] veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met wettelijke rente en een maandelijkse vergoeding van €126,50 vanaf 1 maart 2024 tot ontruiming. De incassokosten werden afgewezen omdat de overeenkomst oneerlijke bedingen bevatte die in strijd zijn met de wet. De proceskosten werden aan [persoon B] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand met rente, ontruiming van opslagruimte, en incassokosten worden afgewezen wegens oneerlijke bedingen.