ECLI:NL:RBROT:2024:9319
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oneerlijke huurprijswijzigingsbepalingen leiden tot verval huurverhogingen en beëindiging huurovereenkomst
In deze zaak eiste eiser ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur. De gedaagden verschenen niet, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter oordeelde dat de huurprijswijzigingsbepaling in de huurovereenkomst oneerlijk is omdat deze de verhuurder het recht gaf de huurprijs jaarlijks te verhogen met CPI plus maximaal 5%, wat verder gaat dan een redelijke marktverwachting.
De rechter stelde vast dat een redelijke huurverhoging maximaal CPI plus 3% mag bedragen. Omdat de bepaling niet gesplitst kan worden, leidt vernietiging ervan ertoe dat alle huurverhogingen vervallen en de oorspronkelijke huurprijs van €1.075,- plus €25,- servicekosten blijft gelden. Door een administratieve fout betaalden de gedaagden echter maandelijks €1.050,- in plaats van €1.100,-, waardoor een huurachterstand van €6.900,- is ontstaan.
De huurovereenkomst liep af op 31 juli 2024 en is niet verlengd. De kantonrechter verklaarde daarom voor recht dat de overeenkomst is geëindigd op die datum, wees de primaire eis tot ontbinding af maar wees de subsidiaire eis toe. De gedaagden werden veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening en tot betaling van de huurachterstand en een gebruiksvergoeding van €1.100,- per maand tot ontruiming.
Incassokosten en rente werden afgewezen wegens een oneerlijke boetebepaling in de overeenkomst. De proceskosten werden aan de gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M. Fiege.
Uitkomst: De huurprijswijzigingsbepaling is oneerlijk verklaard, huurverhogingen vervallen, huurovereenkomst eindigt 31 juli 2024, gedaagden veroordeeld tot ontruiming en betaling van €6.900,- huurachterstand plus gebruiksvergoeding.