ECLI:NL:RBROT:2024:9350

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 september 2024
Publicatiedatum
24 september 2024
Zaaknummer
FT RK 24/711
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 285 Faillissementswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en nakoming

Verzoeker heeft op 4 juni 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 4 september 2024 is verzoeker gehoord. Verzoeker ontvangt een PW-uitkering en heeft een schuldenlast van €11.213,12.

De rechtbank beoordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit blijkt onder meer uit verkeersboetes uit 2022 en 2023 die niet te goeder trouw zijn ontstaan. Tevens heeft verzoeker onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij de verplichtingen uit de regeling zal nakomen, aangezien hij geen sollicitaties heeft overgelegd en ter zitting verklaarde niet te solliciteren zonder medische onderbouwing.

De rechtbank concludeert dat verzoeker zijn inspanningsverplichting onvoldoende kan nakomen en dat er geen feiten of omstandigheden zijn die toelating tot de regeling rechtvaardigen. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende aannemelijkheid van nakoming.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 18 september 2024
[verzoeker],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 4 juni 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is (telefonisch) gehoord ter terechtzitting van
4 september 2024.

2.De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit een PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 11.213,12.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat het één noch het ander in het voorliggende geval aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Verzoeker heeft schulden bij het CJIB uit 2022 en 2023 van in totaal € 1.545,26. Deze schulden hebben betrekking op verkeersboetes wegens te hard rijden en onverzekerd rijden. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan.
Daarnaast moet voldoende aannemelijk zijn dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. Verzoeker heeft immers, ondanks het uitdrukkelijk verzoek daartoe in de bijlage bij de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling van zijn verzoek, geen sollicitaties overgelegd. Verzoeker heeft ter zitting verklaard op dit moment niet te solliciteren. Ook heeft verzoeker onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij op grond van medische redenen niet zou kunnen solliciteren. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker zijn inspanningsverplichting onvoldoende kan nakomen.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024. [1]