Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet gefinancierd vanuit zijn PW-uitkering. Het voorstel voorziet in een gedeeltelijke betaling aan preferente en concurrente schuldeisers. Twee schuldeisers, ANWB en Esso, weigeren in te stemmen met de regeling vanwege hun belang bij volledige betaling en twijfels over de goede trouw van de schuld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de vordering van deze schuldeisers slechts een klein deel van de totale schuld betreft, maar dat hun weigering gegrond kan zijn indien het voorstel niet het uiterste is wat verzoeker kan bieden. Uit het dossier en de zitting blijkt onvoldoende dat verzoeker niet in staat is om minimaal 36 uur per week te werken en dus een hogere afloscapaciteit heeft dan voorgesteld.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het aanbod niet het maximaal haalbare is en dat de belangen van de weigeraars zwaarder wegen dan die van verzoeker en overige schuldeisers. Het verzoek om een gedwongen schuldregeling wordt afgewezen. Tevens zal bij een afzonderlijke uitspraak worden beslist over de toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.