Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 januari 2024 met producties 1 tot en met 7;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie van 3 april 2024 met producties 1 tot en met 5;
- de brief van de rechtbank van 16 april 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald op 25 juli 2024;
- het bericht van de rechtbank van 14 juni 2024;
- de conclusie van antwoord in reconventie van 3 juli 2024 tegen zittingsdatum 25 juli 2024;
- het B8-formulier zijdens de vrouw van 14 juli 2024 tegen zittingsdatum 25 juli 2024, met producties 6 tot en met 8;
- het bericht van de rechtbank van 22 juli 2024;
- document zijdens de vrouw getiteld “conclusie van antwoord in conventie tevens houdende gewijzigde eis in reconventie c.q. vermeerdering van eis” van 24 juli 2024 tegen zittingsdatum 25 juli 2024, met drie producties genummerd 6 tot en met 8 (welke door de rechtbank worden begrepen als zijnde producties 9 tot en met 11);
- de mondelinge behandeling van 25 juli 2024.