ECLI:NL:RBROT:2024:9482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag ingediend voor maatschappelijke opvang, welke op 29 juli 2024 is afgewezen. Zij maakte bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat zij en haar kinderen psychische stress ervaren door de aanwezigheid van de ex-partner in de woning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er een spoedeisend belang is vanwege de emotionele en psychische stress die verzoekster en haar kinderen ervaren. Echter, inhoudelijk voldoet verzoekster niet aan de criteria voor maatschappelijke opvang onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), omdat zij de thuissituatie niet heeft verlaten en als zelfredzaam wordt beschouwd.
Uit gesprekken en bewijs blijkt dat verzoekster een huisvestingsprobleem heeft, maar zelf in staat is haar leven te organiseren, met een baan, een sociaal netwerk en hulp bij schulden. De belangen van de kinderen zijn gewaarborgd doordat zij onderdak, zorg en onderwijs genieten. De voorzieningenrechter stelt dat het college een redelijke afweging heeft gemaakt tussen publieke belangen en de belangen van verzoekster en haar kinderen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat bij een verslechtering van de thuissituatie, bijvoorbeeld een onveilige situatie, verzoekster zich kan wenden tot Veilig Thuis voor crisisplaatsing. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang wordt afgewezen omdat verzoekster zelfredzaam is en de thuissituatie niet heeft verlaten.