Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 6 augustus 2024, met producties 1 tot en met 6,
- de aanvullende productie 7 van de vrouw,
- de conclusie van antwoord van de man,
- productie 1 van de man.
Rechtbank Rotterdam
De vrouw vordert een straat- en contactverbod tegen de man vanwege eerdere ernstige incidenten, waaronder een veroordeling voor poging tot doodslag. De man zit momenteel een gevangenisstraf van tien maanden uit nadat hij het hoger beroep heeft ingetrokken. De vrouw zoekt maximale bescherming vanwege haar gemoedstoestand en de veiligheid van haar en haar kinderen.
De voorzieningenrechter overweegt dat een kort geding alleen kan worden toegewezen bij een spoedeisend belang. Nu de man gevangen zit tot 16 februari 2025 en er al een contact- en locatieverbod geldt dat door de rechter-commissaris is opgelegd, is er geen noodzaak voor aanvullende maatregelen. Er is geen bewijs dat de man contact heeft gezocht tijdens zijn detentie.
De vorderingen worden daarom afgewezen. Vanwege de eerdere relatie tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en op 30 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen tot straat- en contactverbod worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.