Verzoekster huurt een woning in Spijkenisse die op 26 augustus 2024 door de politie is betreden na meldingen over lachgascilinders en overlast. In de woning werden 451 lachgascilinders aangetroffen, waarvan 21 gevuld, met een totaal van 12,9 kilogram lachgas. De burgemeester besloot de woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter nam een spoedeisend belang aan omdat verzoekster tijdelijk elders verblijft en niet bij haar moeder kan blijven. De burgemeester was bevoegd tot sluiting omdat de aangetroffen hoeveelheid lachgas de grens voor handelshoeveelheid overschrijdt. De noodzaak tot sluiting werd bevestigd vanwege de omvang van de drugsvoorraad, de mogelijke gevaren van de lege cilinders, overlastmeldingen en de ernstige vervuiling van de woning.
Verzoekster stelde dat er geen feitelijke handel vanuit de woning plaatsvond en dat een minder ingrijpende maatregel volstond, maar dit werd verworpen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de sluiting evenwichtig is, ondanks de nadelige gevolgen voor verzoekster, omdat zij zelf verantwoordelijk is voor de situatie en geen bijzondere band met de woning heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor de sluiting van drie maanden gehandhaafd blijft.