Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw R. Segers, schuldhulpverlener bij de Kredietbank Rotterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek en of hij de verplichtingen van de regeling naar behoren zal nakomen.
De rechtbank constateert dat een grote schuld aan een schuldeiser is ontstaan door een lening voor een dure auto terwijl verzoeker al een aanzienlijke schuldenlast had. Deze schuld is niet te goeder trouw onbetaald gelaten, mede omdat verzoeker de auto zonder toestemming verkocht, wat inbreuk maakte op het pandrecht van de schuldeiser. Ook overige schulden zijn niet te goeder trouw onbetaald gelaten, omdat verzoeker onvoldoende heeft verklaard wat hij met de opbrengsten van de verkoop van twee auto’s heeft gedaan en welke schuldeisers hij heeft betaald.
Daarnaast is er gegronde vrees dat verzoeker de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zal nakomen. Ondanks recente hulp en budgetbeheer, vertoont verzoeker een onstabiel uitgavenpatroon en heeft hij recent nog een onbetaalde geldlening afgesloten. De rechtbank acht de positieve ontwikkelingen onvoldoende om toelating tot de regeling te rechtvaardigen.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Verzoeker kan in de toekomst een nieuw verzoek indienen indien zijn financiële situatie verbetert.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan en onbetaald laten van schulden en gegronde vrees voor niet-nakoming van verplichtingen.