Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 januari 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van Woonstad van 17 april 2024, met één bijlage;
- de brief van [eiser 1] c.s. van 14 mei 2024, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Eisers zijn eigenaar van een appartement boven dat van woningcorporatie Woonstad. Door een defecte inlaatcombinatie in het appartement van Woonstad ontstond op 29 december 2022 een lekkage, waardoor ook het appartement van eisers beschadigd raakte. Eisers vorderen een schadevergoeding voor beschadiging van vloer, plafond, meubilair en gederfd woongenot.
Woonstad betwist aansprakelijkheid en stelt dat eisers niet hebben voldaan aan hun stelplicht en dat het causaal verband ontbreekt. De kantonrechter oordeelt dat eisers hun schade onvoldoende hebben onderbouwd: er zijn geen offertes, foto’s of andere bewijsstukken overgelegd die de omvang van de schade aantonen.
Omdat de stelplicht niet is nagekomen, is bewijslevering niet aan de orde en worden de vorderingen afgewezen. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de schade.