Verzoeksters, een moeder en haar geregistreerde partner (meemoeder), hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot adoptie van de minderjarige geboren op 2024. De rechtbank heeft het verzoek getoetst aan de voorwaarden van de artikelen 1:227 en 1:228 BW en vastgesteld dat aan deze voorwaarden is voldaan. De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek gedaan en geadviseerd het verzoek toe te wijzen, omdat de adoptie in het belang is van het kind en de gezinssituatie formaliseert.
De rechtbank bevestigt dat de adoptie terugwerkt tot de geboorte van de minderjarige, aangezien het verzoek vóór de geboorte is ingediend. Verzoeksters hadden tevens verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van het kind en gezamenlijk gezag, maar deze verzoeken zijn afgewezen wegens gebrek aan belang. De geslachtsnaamkeuze van verzoeksters is afdoende en het gezamenlijk gezag is van rechtswege reeds van toepassing vanwege het geregistreerd partnerschap.
De beschikking is schriftelijk afgehandeld en uitgesproken op 30 september 2024 door kinderrechter A. Buizer. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend door een advocaat in te stellen.