Verzoekster heeft bij Stichting Urgentiebepaling woningzoekenden Rijnmond (SUWR) een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op medische gronden, welke op 22 augustus 2024 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het advies van een arts die oordeelde dat de medische situatie van verzoekster niet leidde tot een ongeschikte woonruimte. Verzoekster is blind en heeft geen vaste woon- of verblijfplaats, wat zij aanvoert als reden voor urgentie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring op medische gronden, met name omdat zij geen zelfstandige woonruimte bewoont. Daarnaast heeft SUWR in het besluit niet expliciet getoetst aan de hardheidsclausule, die in schrijnende gevallen een urgentieverklaring kan rechtvaardigen. SUWR heeft tijdens de zitting toegelicht dat verzoekster haar komst naar Nederland onvoldoende heeft voorbereid en dat er lopende procedures zijn omtrent opvang op grond van de Wmo.
Hoewel de voorzieningenrechter vaststelt dat SUWR de hardheidsclausule niet zichtbaar heeft toegepast, ziet zij geen aanleiding om het standpunt van SUWR onredelijk te achten. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee SUWR niet verplicht is een urgentieverklaring te verstrekken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.