Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk,
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1. medeplegen van poging tot doodslag;
2. medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
voor de duur van 9 (negen) maanden;
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
benadeelde partij [slachtoffer], te betalen een bedrag van
€ 6.000,- (zegge: zesduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de
benadeelde partij [slachtoffer]te betalen
€ 6.000,-(hoofdsom,
zegge: zesduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
benadeelde partij [benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 4.000 (zegge: vierduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de
benadeelde partij [benadeelde 1]te betalen
€ 4.000,-(hoofdsom,
zegge: vierduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
de benadeelde partij [benadeelde 2], te betalen een bedrag
van € 4.000 (zegge: vierduizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de
benadeelde partij [benadeelde 2]te betalen
€ 4.000,-(hoofdsom,
zegge: vierduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
de benadeelde partij [benadeelde 3], te betalen een bedrag van
€ 7.810,50 (zegge: zevenduizendachthonderdtien euro en vijftig eurocent), bestaande uit € 3.810,50 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoeding op,inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de
benadeelde partij [benadeelde 3]te betalen
€ 7.810,50(hoofdsom,
zegge: zevenduizendachthonderdtien euro en vijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 maart 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;