In juli 2023 verstrekte Maicuru aan Ottenheim een expeditieopdracht voor het vervoer van hout van Rotterdam naar Oostenrijk. De Fenex-expeditievoorwaarden, inclusief een arbitragebeding, zijn van toepassing. De zending werd door de vervoerder verduisterd en niet afgeleverd.
Maicuru stelde dat de rechtbank zich onbevoegd moest verklaren vanwege het arbitragebeding, terwijl Ottenheim betwistte dat dit beding geldig was en verwees naar het Verdrag van New York. De rechtbank oordeelde dat het Verdrag niet van toepassing is omdat de arbitrage in Nederland plaatsvindt en verklaarde zich onbevoegd jegens Maicuru.
Ten aanzien van andere gedaagden, waaronder de ontvanger en ladingverzekeraar, verklaarde de rechtbank zich bevoegd en stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is. Ottenheim vorderde een verklaring voor recht dat zij niet aansprakelijk is voor de schade. De rechtbank kende deze verklaring toe en veroordeelde Maicuru c.s. in de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van de proceskosten. Ottenheim heeft voldoende belang bij haar vordering vanwege het risico op aanspraken van derden. De rechtbank oordeelde dat tussen partijen een arbitrageovereenkomst is gesloten en dat de Fenex-voorwaarden van toepassing zijn.