Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 juni 2024, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 6 augustus 2024;
- de mail van de gemachtigde van [eiser 1] en [eiser 2] , met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vorderen eiseres partijen ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde, betaling van een huurachterstand van €2.464,-, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, en ontruiming van de woning. Gedaagde is verstek verklaard omdat zij niet is verschenen.
De kantonrechter wijst de ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van de huurachterstand toe, omdat deze vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De machtiging aan eiseres partijen om zelf de woning te ontruimen wordt afgewezen, aangezien alleen een deurwaarder bevoegd is tot gedwongen ontruiming volgens artikel 556 Rv Pro.
De gevorderde rente wordt afgewezen omdat het rentebeding in de huurovereenkomst een oneerlijke boetebepaling bevat die afwijkt in nadeel van de consument. Ook worden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen omdat de incassobrief niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. De proceskosten worden toegewezen aan eiseres partijen en komen voor rekening van gedaagde.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een afwijzing van overige vorderingen. De kantonrechter heeft tevens onderzocht of er andere oneerlijke bepalingen in de huurovereenkomst zijn, maar heeft deze niet vastgesteld voor zover relevant voor deze zaak.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde moet de huurachterstand betalen en de woning ontruimen, rente en incassokosten worden afgewezen.