ECLI:NL:RBROT:2024:9703
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij pgb en Wmo-zorg
De zaak betreft vier bestuursrechtelijke procedures waarin verzoekers I, II en III en een stichting betwisten dat de stichting niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had besloten dat verzoekers hun persoonsgebonden budget (pgb) niet langer bij de stichting mochten besteden, waardoor de zorg niet meer werd vergoed. Verzoekers en de stichting maakten bezwaar en vroegen om voorlopige voorzieningen.
Na het indienen van nadere stukken door de stichting heeft het college op 18 september 2024 besloten dat de stichting alsnog aan de kwaliteitseisen voldoet. Hierdoor werden de eerdere besluiten ingetrokken en kon het pgb voorlopig bij de stichting worden besteed. De voorzieningenrechter oordeelde dat hierdoor het spoedeisend belang voor voorlopige voorzieningen ontbreekt.
De verzoeken om voorlopige voorziening werden daarom afgewezen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 7 oktober 2024 door de voorzieningenrechter E. Lunenberg, in aanwezigheid van griffier H. Sabanovic. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.