In februari 2022 sloten partijen een overeenkomst voor verbouwingswerkzaamheden tegen een aanneemsom van €17.395. Na onenigheid over betaling en uitvoering troffen partijen in mei 2022 een schikking waarbij €7.000 in twee termijnen zou worden betaald, onder de voorwaarde dat alle werkzaamheden binnen 30 dagen zouden worden voltooid en een eindinspectie zou plaatsvinden.
De opdrachtgever betaalde de eerste termijn van €5.000, maar weigerde de laatste €2.000 omdat de werkzaamheden niet deugdelijk waren afgerond en er geen eindinspectie had plaatsgevonden. De opdrachtnemer vorderde alsnog betaling van het resterende bedrag plus buitengerechtelijke kosten en rente.
De rechtbank oordeelt dat de schikkingsovereenkomst de oorspronkelijke overeenkomst vervangt en dat de laatste betaling afhankelijk is van volledige oplevering en eindinspectie. Nu deze niet hebben plaatsgevonden en de opdrachtnemer onvoldoende bewijs leverde van correcte uitvoering, is de vordering afgewezen. De opdrachtnemer wordt veroordeeld in de proceskosten.