Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 22 juli 2024), met (aanvullende) bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigden.
Rechtbank Rotterdam
Werknemer stelde dat werkgever de arbeidsovereenkomst onrechtmatig had opgezegd, in strijd met artikel 7:681 BW Pro, en dat werkgever ernstig tekort was geschoten in haar zorgplicht en goed werkgeverschap. Hij vorderde een verklaring voor recht en een billijke vergoeding van €50.000,-.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel werkgever de arbeidsovereenkomst per direct had opgezegd zonder inachtneming van de opzegtermijn, dit verwijtbaar was maar niet ernstig genoeg voor een billijke vergoeding. Werkgever had bovendien het ontbrekende deel van de transitievergoeding alsnog betaald.
Werknemer stelde ook dat hij arbeidsongeschikt was geworden door omstandigheden op het werk en dat werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld, maar de rechter vond onvoldoende bewijs dat het handelen van werkgever de arbeidsongeschiktheid had veroorzaakt of dat re-integratieverplichtingen waren verzaakt.
Ook de stelling dat werkgever tekort was geschoten in de zorgplicht en goed werkgeverschap werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De vorderingen werden afgewezen en werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.