De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 11 september 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder en stiefvader over een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige verblijft bij de oma, die ook bereid is voogd te worden.
De moeder en stiefvader hebben bewust het contact met de minderjarige verbroken en staan achter het verzoek tot gezagsbeëindiging. De minderjarige heeft een verleden van onstabiele opvoedingssituaties met huiselijk geweld en conflicten, maar ontwikkelt zich positief bij de oma. De Raad en de gecertificeerde instelling ondersteunen het verzoek, omdat het perspectief van de minderjarige bij de oma ligt.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor gezagsbeëindiging is voldaan, omdat de minderjarige ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling en terugkeer naar de ouders niet binnen een aanvaardbare termijn mogelijk is. De voogdij wordt toegewezen aan de oma, die al lange tijd betrokken is bij de verzorging. De moeder en stiefvader worden veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.