ECLI:NL:RBROT:2024:9869
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- S. Goossens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij herziening bijstandsuitkering
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college om haar bijstandsuitkering over de periode van juni 2021 tot december 2022 te herzien en een bedrag van €24.009,20 terug te vorderen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de terugvordering te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang. Verzoekster gaf aan dat zij deelneemt aan een traject 'Samenwonen op proef' en dat een schuld van ruim €23.000 haar zou dwingen dit traject te beëindigen, wat volgens haar een spoedeisend belang oplevert.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij door het besluit in een acute financiële noodsituatie verkeert. Er wordt maandelijks een bedrag ingehouden rekening houdend met de beslagvrije voet. Ook werd niet gereageerd op het verzoek om een overzicht van inkomsten en vaste lasten.
Daarnaast kan een voorlopige voorziening slechts een tijdelijke maatregel zijn en biedt deze geen definitieve duidelijkheid over de rechtmatigheid van het primaire besluit. De rechter achtte het besluit niet onmiskenbaar onjuist en concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.