Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 oktober 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [plaatsnaam 1], verzoekers
de burgemeester van de gemeente Rotterdam
[derde-partij] uit [plaatsnaam 2] ([derde-partij]).
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam sloot op 27 september 2024 de woning van verzoekers na een schietincident nabij hun woning, waarbij sprake was van een gat in een ruit en een voortdurende dreiging. Verzoekers, die met hun drie minderjarige kinderen in de woning woonden, maakten bezwaar tegen de sluiting en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 174a Gemeentewet vanwege ernstige verstoring van de openbare orde. De noodzaak van sluiting werd eveneens aanvaard, mede vanwege de dreiging en mogelijke herhaling. Echter, de burgemeester had onvoldoende zorgplicht betracht door alleen te verwijzen naar de Vraagwijzer voor hulp, terwijl verzoekers en hun kinderen dakloos dreigden te worden en er sprake was van ernstige persoonlijke gevolgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van verzoekers en hun gezin zwaarder wogen dan het algemeen belang bij sluiting zonder adequate begeleiding. Daarom werd het besluit geschorst en werd de burgemeester opgedragen toegang tot de woning te herstellen. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De woningsluiting wordt geschorst en verzoekers krijgen weer toegang tot hun woning; burgemeester moet zorgplicht beter naleven en proceskosten vergoeden.