Patrimonium Barendrecht verhuurde een woning aan mevrouw, de moeder van de gedaagde, die op 1 februari 2024 is overleden. De gedaagde verblijft sindsdien in de woning, maar heeft geen recht meer om de huurovereenkomst voort te zetten omdat hij niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden na het overlijden een verzoek tot voortzetting heeft ingediend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de termijn van zes maanden dwingend is en dat geen uitzonderingen van toepassing zijn. Het verweer van de gedaagde dat hij de termijn niet kende, wordt niet als uitzonderlijke omstandigheid gezien.
Daarom wordt de gedaagde veroordeeld om de woning binnen twee weken te ontruimen en een gebruiksvergoeding van €629,25 per maand te betalen vanaf 1 september 2024 tot de dag van ontruiming. Tevens moet hij de proceskosten van €1.693,99 betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.