Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 oktober 2023, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- de brief van 8 januari 2024, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte indienen producties van [persoon A] van 30 april 2024, met bijlagen;
- de akte overleggen productie van [persoon B] , ingediend op 8 mei 2024, met één bijlage;
- de akte overleggen producties van [persoon B] , ingediend op 12 mei 2024, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting op 14 mei 2024;
- de akte van [persoon B] van 3 september 2024, met bijlagen;
- de akte van [persoon A] met vermeerdering van eis van 3 september 2024, met bijlagen;
- de akte van [persoon B] met bezwaar tegen de vermeerdering van eis;
- de brief van [persoon A] van 26 augustus 2024, met één bijlage.
2.De beoordeling
- dat voor recht wordt verklaard dat de huurovereenkomst per 1 maart 2024 eindigt dan wel dat de kantonrechter een datum voor beëindiging van de huurovereenkomst bepaalt en dat [persoon B] veroordeeld wordt de woning te ontruimen en tot de ontruiming maandelijks een gebruiksvergoeding te betalen;
- dat voor recht wordt verklaard dat [persoon B] onrechtmatig jegens [persoon A] heeft gehandeld, althans toerekenbaar tekort is geschoten in haar onderhoudsverplichtingen op grond van het Besluit kleine herstellingen, de wijze waarop zij de woning onderhoudt en door het tegenwerken van redelijke voorstellen van [persoon A] ;
- dat [persoon B] wordt veroordeeld om binnen twee weken na de datum van het vonnis haar medewerking te verlenen aan de onderhouds- en herstelwerkzaamheden, op straffe van een dwangsom;
- dat [persoon B] wordt veroordeeld een schadevergoeding van € 10.000,- aan [persoon A] te betalen;
- dat [persoon B] wordt veroordeeld een bedrag van € 120,60 aan huurachterstand, met rente en incassokosten, aan hem te betalen;
- dat [persoon B] een onverschuldigd door [persoon A] aan haar betaald bedrag van € 100,- aan [persoon A] terugbetaalt.