Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maassluis om vrijstelling van het inburgeringsvereiste en om een verklaring niet verwijtbaar niet behalen participatieverklaring. Het college nam de aanvraag niet in behandeling en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelt dat het college niet bevoegd is om te beslissen over de vrijstelling van het inburgeringsvereiste, maar dat deze bevoegdheid bij DUO ligt. Eiser betwist dit standpunt niet langer, waardoor dit onderdeel buiten beschouwing blijft. Het beroep richt zich dus uitsluitend op de weigering van het college om te beslissen op de aanvraag van de verklaring.
De rechtbank constateert dat eiser reeds in december 2022 een participatieverklaring heeft behaald en dat zijn aanvraag ziet op een periode daarvoor. Echter heeft eiser dit niet duidelijk gemaakt in zijn aanvraag of bezwaar, waardoor het college niet kon veronderstellen dat de aanvraag betrekking had op die periode. Hierdoor ontbreekt procesbelang, omdat eiser niet meer kan bereiken dan hij al heeft. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en behandelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.