ECLI:NL:RBROT:2025:10036
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beklag tegen beslag op telefoon op grond van Europees Onderzoeksbevel
Op 13 november 2024 is in Vlaardingen beslag gelegd op de telefoon van de klager op grond van artikel 94 Sv Pro, naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Belgische autoriteiten in een strafrechtelijk onderzoek tegen de klager en anderen. De klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag, stellende dat het beslag onterecht was en dat hij de telefoon nodig had voor betalingen.
De rechtbank oordeelt dat het klaagschrift tijdig is ingediend, mede vanwege onduidelijkheid in de kennisgevingsbrief over de termijn. De rechtbank toetst in het kader van het klaagschrift de rechtmatigheid van het beslag en constateert dat het beslag rechtmatig is gelegd op basis van het EOB, erkend door de Nederlandse officier van justitie. Er zijn geen weigeringsgronden aanwezig en het onderzoek in de raadkamer is summier van aard.
De rechtbank benadrukt dat vragen over proportionaliteit en subsidiariteit van het beslag alleen door de rechter in de uitvaardigende lidstaat, België, kunnen worden beoordeeld. De inhoudelijke argumenten van de klager over de verdenking zijn eveneens voor de Belgische strafprocedure. Daarom wordt het beklag ongegrond verklaard en blijft het beslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op de telefoon wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.