ECLI:NL:RBROT:2025:10039
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling wegens risicobeoordeling
De veroordeelde is door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 33 maanden gevangenisstraf wegens seksueel binnendringen bij iemand met verminderd bewustzijn. Na het onherroepelijk worden van het arrest kon hij op 4 juni 2025 in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.). De officier van justitie besloot echter op 15 april 2025 het nemen van een beslissing over de v.i. uit te stellen met maximaal 150 dagen, waartegen de veroordeelde bezwaar maakte.
De veroordeelde stelde dat het advies van de verslavingsreclassering onjuistheden bevatte en dat hij ten onrechte niet kon reageren op dit advies. Hij voerde aan dat er geen grond was voor een hoog risico op seksuele recidive en dat positieve aspecten onvoldoende werden meegenomen. Het Openbaar Ministerie stelde dat het uitstel terecht was vanwege bedreigingen, weigering tot arbeid en onvoldoende medewerking, en dat het risico op recidive matig-hoog werd ingeschat.
De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie in redelijkheid tot de beslissing tot uitstel kon komen, mede op basis van de adviezen van de reclassering en de penitentiaire inrichting. De weging van belangen is voorbehouden aan het OM en wordt slechts marginaal door de rechtbank getoetst. Wel vond de rechtbank dat de termijn van 150 dagen te lang was en beperkte deze tot 90 dagen. Het OM dient per 1 september 2025 een nieuwe beslissing te nemen over de v.i. met eventuele voorwaarden.
Uitkomst: Bezwaar tegen uitstel v.i. ongegrond verklaard, maar uitsteltermijn beperkt tot 90 dagen.