De Raad voor de Kinderbescherming verzocht verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die sinds 4 februari 2025 onder toezicht staat vanwege ernstige ontwikkelingsbedreigingen. De kinderrechter hield op 29 juli 2025 een zitting met gesloten deuren, waarbij ook de moeder, haar advocaat, de Raad en de gecertificeerde instelling (GI) aanwezig waren.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en woont met de minderjarige samen. De Raad en GI rapporteerden dat de samenwerking met de moeder moeizaam verloopt, met beperkte openheid over de thuissituatie en terughoudendheid bij het toelaten van hulpverlening. De moeder gaf aan voorkeur te hebben voor hulp van een externe organisatie, Anti Pesto, die echter niet goed bereikbaar bleek voor de Raad en GI. Daarnaast is er onenigheid over de schoolkeuze en IQ-test, waarbij de moeder een externe test wenst.
De kinderrechter concludeerde dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld, mede vanwege de ernstige ontwikkelingsbedreiging, de noodzaak tot zicht op de thuissituatie en het belang van professionele hulpverlening. De verlenging wordt uitgesproken tot 4 februari 2026, met de GI als regisseur van de hulpverlening en de verwachting dat de moeder medewerking verleent. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.