ECLI:NL:RBROT:2025:10048

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 augustus 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
11662311 CV EXPL 25-1689
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.7 algemene voorwaarden Q-ParkArt. 6:96 BWArt. 6:83b BWArt. 6:119 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling verschuldigd voor verlaten parkeergarage zonder betalen ondanks parkeren buiten vak

Op 22 oktober 2024 verliet gedaagde de parkeergarage van Q-Park met zijn motor zonder te betalen door om de slagboom heen te rijden. Q-Park stelde dat door het betreden van de parkeergarage een overeenkomst tot stand kwam en dat algemene voorwaarden van toepassing zijn, waaronder betalingsplicht ongeacht het gebruik van een parkeervak.

Gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij geen gebruik maakte van een parkeerplaats omdat hij zijn motor op een stoep naast de toegangsdeur parkeerde en dat hij al dertien jaar een vergunning heeft om daar te parkeren zonder ooit aangesproken te zijn. De kantonrechter oordeelde echter dat het gebruik van de parkeergarage, ook buiten een vak, betalingsplicht tot gevolg heeft en dat het feit dat gedaagde niet eerder is aangesproken hieraan niets afdoet.

De kantonrechter wees de vordering van Q-Park toe, inclusief het tarief voor een verloren kaart van €4,50, een aanvullende schadevergoeding van €373,81, wettelijke rente vanaf 22 oktober 2024 en incassokosten van €56,75. Tevens werden proceskosten van €460,78 aan gedaagde opgelegd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €435,06 en proceskosten wegens het verlaten van de parkeergarage zonder te betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11662311 CV EXPL 25-1689
datum uitspraak: 14 augustus 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Q-Park Operations Netherlands B.V.,
vestigingsplaats: Maastricht,
eiseres,
gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [plaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Q-Park’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 14 april 2025, met bijlagen;
  • het antwoord, met een bijlage;
  • de repliek, met bijlagen en een usb-stick;
  • de dupliek, met bijlage.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
Q-Park verwijt [gedaagde] dat hij op 22 oktober 2024 de [parkeergarage]
in [plaats] , met zijn motor heeft verlaten zonder te betalen. Q-Park eist een bedrag van € 4,50 (het tarief voor een verloren parkeerkaart) en € 373,81 aan schadevergoeding gebaseerd op haar algemene voorwaarden. Daarnaast eist Q-Park rente en buitengerechtelijke incassokosten ad € 56,75. Zij legt aan haar vordering primair ten grondslag dat [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, subsidiair dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door de parkeergarage te verlaten door middel van het zogeheten ‘treintje rijden’ (het snel achter iemand anders aanrijden voor wie de slagboom wordt geopend) of het verlaten van de parkeergarage zonder geldig uitrijkaartje.
2.2.
[gedaagde] betwist de vordering van Q-Park. Hij vindt dat hij niet te hoeft betalen omdat hij geen gebruik maakt van een parkeerplek in de garage zodat Q-Park geen schade lijdt. [gedaagde] woont in een appartementencomplex boven de parkeergarage. [gedaagde] heeft een vergunning om zijn auto in de parkeergarage te parkeren en hij stalt zijn motor al dertien jaar in de parkeergarage naast de toegangsdeur tot het wooncomplex. De motor staat niet in een parkeervak en hij is daar al die jaren nooit op aangesproken.
2.3.
De kantonrechter stelt Q-Park in het gelijk, dat betekent dat [gedaagde] de hoofdsom en bijkomende kosten moet betalen. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen
2.4.
Vast staat dat [gedaagde] zijn motor heeft geparkeerd in de parkeergarage en die op 22 oktober 2024 heeft verlaten zonder te betalen door om de slagboom heen te rijden. Bij de ingang van de parkeergarage staat een bord waarop (onder meer) de parkeertarieven staan vermeld, dat de algemene voorwaarden van Q-Park van toepassing zijn en waar deze kunnen worden opgevraagd. Door de parkeergarage in te rijden heeft [gedaagde] een (parkeer)overeenkomst met Q-Park gesloten en de algemene voorwaarden van Q-Park geaccepteerd.
Ook wanneer er buiten een parkeervak wordt geparkeerd, dient er te worden betaald. Er wordt immers gebruik gemaakt van de parkeergarage. Dat [gedaagde] dit al jaren doet en daar nooit op aangesproken is, betekent niet dat hij niet hoeft te betalen en om de slagboom heen mag rijden. Voor zover [gedaagde] bedoeld heeft te stellen dat hij een afspraak heeft met Q-Park over het parkeren van zijn motor, heeft hij dit onvoldoende onderbouwd.
Het tarief voor een verloren kaart van € 4,50 en de schade van € 373,81 worden toegewezen.
2.5.
[gedaagde] is conform de parkeerovereenkomst aansprakelijk voor de gevolgen voor het verlaten van de parkeergarage zonder te betalen. Q-Park baseert haar schade en de hoogte daarvan op haar algemene voorwaarden. In zaken waar een overeenkomst wordt gesloten met een consument moet de kantonrechter ambtshalve – dus zonder dat daarop door partijen een beroep wordt gedaan – onderzoeken of een beroep wordt gedaan op oneerlijke bedingen in de overeenkomst en/of toepasselijke algemene voorwaarden. De bepaling in de algemene voorwaarde waarop Q-Park haar vordering baseert (artikel 5.7) is naar het oordeel van de kantonrechter niet oneerlijk.
Q-Park legt voldoende uit welke schade zij lijdt door het onrechtmatige gebruik en wat zij in rekening brengt bij [gedaagde] staat in een redelijke verhouding tot wat [gedaagde] gedaan heeft. De gevorderde bedragen van € 4,50 (het tarief voor een ‘verloren kaart) en
€ 373,81 (aanvullende schadevergoeding) zijn daarom redelijk en toewijsbaar.
2.6.
De gevorderde wettelijke rente kan worden toegewezen vanaf het moment dat
[gedaagde] in verzuim is. Dat is in dit geval de datum van het verlaten van de parkeergarage te weten 22 oktober 2024. Nakoming is namelijk blijvend onmogelijk na het verlaten van de parkeergarage zonder te betalen.
2.7.
De incassokosten van € 56,75 worden toegewezen omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). De rente over de buitengerechtelijke kosten wordt pas toegewezen vanaf 25 november 2024 (19 dagen na de datum van genoemde bik brief) omdat Q-Park op die datum recht had op een vergoeding van die kosten (artikel 6:83 b BW).
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.8.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die hij aan Q-Park moet betalen op
€ 120,78 aan dagvaardingskosten, € 135,- aan griffierecht, € 164,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 82,-) en € 41,- aan nakosten. Dat is in totaal € 460,78 Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Q-Park dat eist en
[gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen € 435,06, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 378,31 vanaf 22 oktober 2024 en over
€ 56,75 vanaf 25 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten die aan de kant van Q-Park worden begroot op € 460,78;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en in het openbaar uitgesproken.
745