ECLI:NL:RBROT:2025:10105

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
20 augustus 2025
Zaaknummer
11728759 VZ VERZ 25-4034
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling proceskostenveroordeling na intrekking verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst

In deze zaak heeft verzoekster een verzoekschrift ingediend bij de kantonrechter met het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden indien verweerder de beëindigingsovereenkomst binnen de bedenktermijn zou ontbinden. Nadat de bedenktermijn was verstreken zonder dat verweerder gebruik maakte van zijn ontbindingsrecht, trok verzoekster haar verzoek in.

Verweerder verzocht vervolgens om een proceskostenveroordeling tegen verzoekster, maar de kantonrechter oordeelde dat verweerder geen griffierecht had betaald en geen proceshandelingen had verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter concludeerde dat er geen aanleiding was om verzoekster in de proceskosten van verweerder te veroordelen.

Daarom draagt iedere partij haar eigen proceskosten. De beschikking is gegeven door de kantonrechter F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025.

Uitkomst: Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten; geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11728759 VZ VERZ 25-4034
datum uitspraak: 27 juni 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. H. Moltmaker,
tegen
[verweerder],
woonplaats: [plaats 2] ,
verweerder,
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerder] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 30 mei 2025), met bijlagen;
  • de e-mail van [verzoekster] van 17 juni 2025;
  • de brief van [verweerder] van 18 juni 2025;
  • de e-mail van [verzoekster] van 18 juni 2025.

2.De beoordeling

Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Waar gaat deze zaak over?
2.2.
[verweerder] was werkzaam bij [verzoekster] op basis van een arbeidsovereenkomst. [verzoekster] heeft in oktober 2024 voor [verweerder] een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV. Het UWV heeft deze ontslagvergunning op 3 april 2025 geweigerd. Partijen hebben vervolgens op 23 mei 2025 een beëindigingsovereenkomst gesloten.
2.3.
[verzoekster] heeft op 30 mei 2025 een verzoekschrift bij de kantonrechter ingediend. [verzoekster] heeft de kantonrechter daarin verzocht om, indien [verweerder] gebruik maakt van zijn recht om de beëindigingsovereenkomst binnen twee weken te ontbinden, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.
2.4.
[verzoekster] heeft op 17 juni 2025 haar verzoek ingetrokken omdat de bedenktermijn inmiddels is verstreken en [verweerder] geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht de beëindigingsovereenkomst te ontbinden. [verweerder] heeft de kantonrechter vervolgens op 18 juni 2025 verzocht om [verzoekster] conform het geldende tarief in de proceskosten te veroordelen. [verzoekster] heeft de kantonrechter laten weten het daar niet mee eens te zijn, omdat [verweerder] geen proceskosten heeft gemaakt.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen
2.5.
Op grond van artikel 289 Rv Pro kan de kantonrechter ambtshalve of op verzoek een proceskostenveroordeling uitspreken.
2.6.
De kantonrechter ziet in dit geval geen aanleiding om [verzoekster] in de proceskosten van [verweerder] te veroordelen. [verweerder] heeft namelijk geen griffierecht hoeven betalen en door of namens [verweerder] zijn ook geen processtukken ingediend. Hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat naar aanleiding van het verzoekschrift van [verzoekster] aan de zijde van [verweerder] werkzaamheden zijn verricht, zijn dit geen werkzaamheden die in het kader van deze procedure voor een vergoeding in aanmerking komen. De kantonrechter bepaalt daarom dat beide partijen de eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken.
62828