De curator in het faillissement van een besloten vennootschap vordert hoofdelijke aansprakelijkheid van de gedaagde wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaren voorafgaand aan het faillissement, alsmede een bestuursverbod voor bestuursfuncties waarvan de gedaagde op het moment van onherroepelijkheid geen bestuurder is.
De rechtbank Rotterdam wijst de vorderingen toe, waarbij het bestuursverbod wordt beperkt tot bestuursfuncties bij rechtspersonen waarvan de gedaagde geen bestuurder is op het moment dat het vonnis onherroepelijk wordt. Tevens wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van het boedeltekort, een voorschot van €450.000, beslagkosten en proceskosten.
De rechtbank benadrukt dat het bestuursverbod vijf jaar zal duren vanaf het moment dat het vonnis in kracht van gewijsde treedt en dat de curator de rechtbank moet informeren over het onherroepelijk worden van het vonnis. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.