De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een 16-jarige minderjarige die kampt met gedrags- en psychische problemen en een verstoorde relatie met zijn moeder heeft. De minderjarige verblijft momenteel bij een jeugdhulpinstelling en heeft geen dagbesteding of schoolbezoek, maar toont bereidheid tot scholing en werk.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag maar is overbelast en niet in staat tot samenwerking of het nemen van beslissingen. De Raad en de gecertificeerde instelling steunen het verzoek en benadrukken het belang van een jeugdbeschermer die de ontwikkeling van de minderjarige begeleidt, inclusief het herstel van het contact met de moeder en het monitoren van het contact met de vader.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De ondertoezichtstelling wordt voor een jaar vastgesteld en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden verleend. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De minderjarige en moeder moeten onder begeleiding respectvol contact leren onderhouden, terwijl het contact met de vader ook begeleid en ondersteund dient te worden.