De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen, geboren in 2012, 2013 en 2016, die bij hun vader wonen. De GI uit ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, die klem zitten tussen hun ouders en onvoldoende emotionele toestemming voelen om onbelast contact met beide ouders te hebben. De vader verzet zich tegen verlenging, pleit voor rust en vrijwillige hulpverlening, terwijl de moeder instemt met het verzoek en een mogelijke uithuisplaatsing bespreekbaar acht.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld omdat de doelstellingen nog niet zijn bereikt, mede door de complexe situatie, de afwerende houding van de vader en de kinderen, en de wachtlijsten bij de GI. De kinderen worden ernstig bedreigd in hun ontwikkeling door het loyaliteitsconflict en het gebrek aan contact met de moeder. Er zijn ernstige zorgen over hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling. De vader houdt de kinderen buiten het zicht van de GI en heeft onvoldoende inzicht in zijn eigen rol.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor zes maanden tot 21 december 2025 en benoemt ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de kinderen te behartigen. De curator krijgt de opdracht te onderzoeken hoe de kinderen worden belast, hun wensen te inventariseren, de hulpverlening te beoordelen en de samenwerking tussen GI en vader te verbeteren. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de zaak wordt pro forma aangehouden tot 1 november 2025 voor rapportage en verdere besluitvorming.