Partijen zijn gehuwd in Pakistan en hebben kort in Nederland samengewoond. Zij zijn gezamenlijk gezaghebbenden over hun vijf maanden oude kind met Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Pakistaanse nationaliteit, waardoor de zaak internationaal van aard is. De rechtbank is bevoegd en past Nederlands recht toe.
De vrouw en man zijn het eens dat de hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal zijn. Over de zorgregeling bestaat verschil van mening: de man wil onbegeleid contact, de vrouw alleen begeleid contact vanwege zorgen over veiligheid en welzijn van het kind, mede door een melding van huiselijk geweld en het verblijf van de vrouw in een opvang. De rechtbank wijkt af van het uitgangspunt van onbegeleid contact en stelt voorlopig begeleid contact vast, eenmaal per week een uur.
De rechtbank wijst een raadsonderzoek toe vanwege de complexiteit, waaronder zorgen over veiligheid, uithuwelijking en familie-inmenging. Tevens wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de vrouw de man maandelijks informeert over het kind. Over de teruggave van goederen is overeenstemming bereikt. Proceskosten worden door partijen zelf gedragen.