Verzoeker heeft op 14 april 2025 een verzoek ingediend tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet, nadat twee schuldeisers, met een gezamenlijk aandeel van 17% in de schuldenlast, niet instemden met het aangeboden akkoord. Dit akkoord voorzag in volledige kwijtschelding van schulden zonder uitkering aan schuldeisers, gebaseerd op de huidige situatie van verzoeker met een Participatiewet-uitkering en beperkte afloscapaciteit.
De rechtbank overwoog dat hoewel verzoeker geen nieuwe schulden heeft gemaakt en vaste lasten worden voldaan, onvoldoende is gebleken dat hij duurzaam niet in staat is om (minimaal) 36 uur per week te werken. Verzoeker heeft geen medische stukken overgelegd die blijvende arbeidsongeschiktheid aantonen; zijn ontheffing van sollicitatieplicht is gebaseerd op psychosociale spanningen.
Gezien zijn leeftijd en het ontbreken van medische beperkingen acht de rechtbank het niet aannemelijk dat zijn beperkte afloscapaciteit structureel is. Indien verzoeker door een schuldregeling meer rust krijgt, kan hij wellicht weer betaalde arbeid verrichten en een hogere afloscapaciteit realiseren.
De belangen van de weigerende schuldeisers wegen daarom zwaarder dan die van verzoeker en overige schuldeisers. Het verzoek om gedwongen schuldregeling wordt afgewezen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.