Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 februari 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de daarin vermelde processtukken;
2.De verdere beoordeling
in conventie
€ 178,00(plus eventuele verhoging, zie de beslissing)
€ 178,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure tussen eiser en gedaagde heeft de rechtbank Rotterdam een tussenvonnis gewezen waarin duidelijkheid werd gevraagd over de verrekening van kosten voor water en energie met de rente over een geldlening. Gedaagde mocht relevante eindafrekeningen inbrengen en partijen mochten hierop reageren.
Na het tussenvonnis heeft eiser zijn eis gewijzigd, maar de rechtbank verklaarde deze wijziging wegens strijd met de goede procesorde niet toelaatbaar. Ook nieuwe argumenten van eiser over eerdere rentebetalingen zijn buiten beschouwing gelaten. Gedaagde heeft correct rekening gehouden met een betaling van € 1.000 door eiser en met elf niet betaalde rentebetalingen, wat door eiser niet is betwist.
De rechtbank oordeelt dat gedaagde op grond van de splitsingsakte aanspraak kan maken op de helft van de kosten van water en energie inclusief btw. De discussie over het terugvragen van btw en de toepasselijkheid van wettelijke handelsrente of wettelijke rente is niet relevant voor de uitkomst. Het beroep van gedaagde op verrekening slaagt, waardoor de hoofdsom van de geldlening niet opeisbaar is geworden en de vorderingen van eiser worden afgewezen.
Beide partijen worden veroordeeld in hun proceskosten, waarbij eiser € 7.016,50 en gedaagde € 1.406,00 moet betalen, inclusief wettelijke rente bij niet tijdige betaling. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en oordeelt dat gedaagde terecht kosten voor water en energie mag verrekenen met niet betaalde rente.