Verzoekster heeft op 3 juli 2025 een verzoek ingediend ex artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank heeft op 20 augustus 2025 uitspraak gedaan na behandeling van het verzoek en aanvullende informatie van partijen.
De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie, nu het vonnis tot ontruiming van 29 april 2025 en het exploot van 21 mei 2025 aantonen dat ontruiming op 7 juli 2025 zou plaatsvinden. Verzoekster ontvangt een Participatiewetuitkering en betaalt de huurtermijnen vanaf augustus 2025 rechtstreeks vanuit deze uitkering. De huur voor augustus 2025 is voldaan.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium voor zes maanden, waarbij de huurovereenkomst wordt verlengd en de ontruiming wordt opgeschort. Dit onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, vanwege het nog lopende minnelijk traject.
De rechtbank biedt verzoekster tevens de mogelijkheid om zich onder beschermingsbewind te stellen, wat zij nog niet heeft benut. Schuldhulpverlening dient uiterlijk twee weken voor het einde van de voorziening verslag uit te brengen. De voorlopige voorziening biedt verzoekster een adempauze om haar schuldenregeling voort te zetten en het woongenot te behouden.