Eiseres huurt sinds maart 2024 een woning van JB Invest en heeft een huurachterstand opgebouwd. De huurovereenkomst is ontbonden bij vonnis van 11 juli 2025, dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Eiseres is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en startte een executiegeschil om gedwongen ontruiming te voorkomen.
De kantonrechter oordeelt dat het vonnis terecht uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en dat JB Invest de ontruiming mag uitvoeren zonder te wachten op het hoger beroep. Er is geen sprake van misbruik van bevoegdheid, aangezien geen feitelijke of juridische misslagen in het vonnis zijn vastgesteld. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat zij en haar kinderen niet bij haar moeder kunnen verblijven of dat er sprake is van een noodsituatie die onmiddellijke tenuitvoerlegging onaanvaardbaar maakt.
De kantonrechter wijst de eis af en veroordeelt eiseres in de proceskosten, begroot op € 50,- vanwege het ontbreken van een gemachtigde aan de zijde van JB Invest.