ECLI:NL:RBROT:2025:10461

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 juni 2025
Publicatiedatum
29 augustus 2025
Zaaknummer
C/10/699237 / KG ZA 25-414
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 502 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot verlaten woning en straatverbod wegens agressief gedrag

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres dat haar zoon, die samen met haar in de woning woont, wordt veroordeeld om de woning te verlaten en zijn eigendommen mee te nemen. De zoon vertoont agressief gedrag, bedreigt zijn moeder vrijwel dagelijks ernstig en vernielt eigendommen in de woning. Ondanks verzoeken heeft hij de woning niet verlaten.

De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de gedaagde zoon en acht het spoedeisend belang voldoende aangetoond. Gezien de ernst en de structurele aard van het agressieve en bedreigende gedrag, wordt de vordering tot ontruiming binnen 24 uur toegewezen. Tevens wordt een straatverbod opgelegd voor de duur van één jaar, waarbij de zoon wordt verboden de woning te betreden of zich binnen 500 meter van de woning te bevinden.

De voorzieningenrechter machtigt eiseres om, indien nodig, met behulp van politie en justitie de tenuitvoerlegging van de ontruiming te effectueren. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor elke overtreding van het straatverbod, met een maximum van €10.000. De proceskosten worden aan de gedaagde opgelegd, met een totaalbedrag van €983. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld de woning binnen 24 uur te verlaten en krijgt een straatverbod van één jaar opgelegd.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/699237 / KG ZA 25-414
Vonnis in kort geding van 6 juni 2025
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [plaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. I. Correljé te Hoek van Holland,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 13 mei 2025, met 1 productie. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 mei 2025.

2.De beoordeling

2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek tegen [gedaagde] wordt verleend.
2.2.
Het spoedeisend belang volgt uit de stellingen van [eiseres] .
2.3.
[gedaagde] is de (meerderjarige) zoon van [eiseres] . Zij wonen samen in de woning aan het [adres] in [plaats] (hierna: de woning). [eiseres] heeft haar zoon gevraagd om de woning te verlaten, omdat hij vaak agressief is en haar vrijwel dagelijks in ernstige mate bedreigt. Ook vernielt [gedaagde] meubels, muren en deuren van de woning. [gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van zijn moeder.
2.4.
[eiseres] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te verlaten en zijn eigendommen mee te nemen (en daarmee gedeeltelijk te ontruimen). Die vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt toegewezen. Gelet op de ernst van de situatie wordt de termijn om de woning te verlaten en gedeeltelijk te ontruimen bepaald op 24 uur na betekening van dit vonnis (art. 555 en Pro 502 lid 1 Rv). Verder zal de voorzieningenrechter [eiseres] machtigen om zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van de veroordeling te bewerkstelligen.
2.5.
[eiseres] vordert verder dat het [gedaagde] wordt verboden om de woning gedurende één jaar na de betekening van het vonnis te bewonen dan wel te betreden alsmede zich binnen een straal van 500 meter rondom de woning te bevinden. Voor toewijzing van een dergelijke vordering is vereist dat sprake is van ernstig onrechtmatig handelen en van concreet gevaar voor herhaling daarvan. Uit de dagvaarding en de toelichting ter zitting is voldoende gebleken dat daarvan sprake is. Gezien de ernst en structurele aard van de gedragingen van [gedaagde] is toewijzing van het gevorderde verbod gerechtvaardigd. Daarbij wordt de dwangsom toegewezen als gevorderd.
2.6.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] betalen. Omdat [eiseres] op basis van een toevoeging procedeert blijven de verschotten beperkt tot het verschuldigde griffierecht en worden de proceskosten begroot op:
- griffierecht: € 90,00
- salaris advocaat: € 715,00
- nakosten:
€ 178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal: € 983,00

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan het [adres] , [postcode] in [plaats] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis te verlaten en zijn eigendommen mee te nemen,
3.3.
machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van de veroordeling in 3.2. te bewerkstelligen indien [gedaagde] in gebreke blijft om daaraan te voldoen,
3.4.
verbiedt [gedaagde] om gedurende één jaar na de betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] , [postcode] in [plaats] te bewonen dan wel te betreden alsmede zich binnen een straal van 500 meter rondom de woning te bevinden,
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere keer dat hij niet aan de in 3.4. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 983,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als hij niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2025.
[2971/638]