ECLI:NL:RBROT:2025:10490

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
11852545 VZ VERZ 25-5786
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 RvArt. 45 RvArt. 111 RvArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen verstekvonnis in civiele dagvaardingsprocedure afgewezen wegens onjuiste proceshandeling

Op 7 augustus 2024 heeft de kantonrechter een verstekvonnis gewezen in een civiele procedure waarbij Stedin Netbeheer B.V. als eiser en [verzoeker] als gedaagde partij betrokken waren. [Verzoeker] heeft op 25 augustus 2025 een brief ingediend die hij aanduidt als verzet tegen het verstekvonnis, waarin hij verzoekt het vonnis te vernietigen en de vordering van Stedin af te wijzen.

De kantonrechter stelt vast dat verzet tegen een verstekvonnis niet kan worden ingesteld door middel van een brief, maar uitsluitend via een dagvaarding conform artikel 143 lid 2 Rv Pro. Hierdoor is de procedure onjuist gestart. De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat hij Stedin alsnog met een dagvaarding moet oproepen om het verzet correct te laten behandelen.

De procedure wordt omgezet naar een dagvaardingsprocedure en [verzoeker] krijgt de mogelijkheid zijn stellingen aan te passen aan de regels van die procedure. Tevens wordt geadviseerd juridisch advies in te winnen. Indien geen dagvaarding wordt ontvangen voor de gestelde datum, wordt [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard en blijft het verstekvonnis van kracht.

Uitkomst: Verzet tegen verstekvonnis niet ontvankelijk verklaard bij gebreke van correcte dagvaardingsoproeping.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11852545 VZ VERZ 25-5786
datum uitspraak: 29 augustus 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [plaats] ,
verzoeker,
die zelf procedeert, zonder bijstand van een gemachtigde,
tegen
Stedin Netbeheer B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verweerster,
die nog niet is opgeroepen om te verschijnen in de procedure.
Partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘Stedin’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Op 7 augustus 2024 heeft de kantonrechter van deze rechtbank een vonnis gewezen in de procedure met zaaknummer 11214347 CV EXPL 24-17741 tussen Stedin als eisende partij en [verzoeker] als gedaagde partij. [verzoeker] is in die procedure bij verstek veroordeeld.
1.2.
Op 25 augustus 2025 heeft de rechtbank een brief ontvangen van [verzoeker] . In die brief, die door [verzoeker] wordt aangeduid als ‘verzetschrift’, verzoekt [verzoeker] het verstekvonnis van 7 augustus 2024 te vernietigen en de vordering van Stedin af te wijzen.

2.De beoordeling

2.1.
[verzoeker] is het niet eens met het verstekvonnis. In dat geval kan [verzoeker] in verzet gaan (artikel 143 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). Daarmee wordt de procedure heropend en kan [verzoeker] alsnog verweer voeren tegen de vordering van Stedin. [verzoeker] kan echter niet in verzet gaan door middel van een brief. Dat moet namelijk met een dagvaarding (artikel 143 lid 2 Rv Pro). [verzoeker] heeft dus een verkeerd processtuk gebruikt om de verzetprocedure te starten.
2.2.
De kantonrechter geeft [verzoeker] de gelegenheid om Stedin alsnog met een dagvaarding door de deurwaarder te laten oproepen (artikel 45 Rv Pro en artikel 111 Rv Pro). Ook zet de kantonrechter de procedure om naar een dagvaardingsprocedure (artikel 69 Rv Pro). [verzoeker] mag zijn stellingen aanpassen aan de regels die gelden voor die procedure. Daarvoor kan het nuttig zijn voor [verzoeker] om juridisch advies in te winnen, bijvoorbeeld bij het Juridisch Loket. Spreekuurtijden en locaties zijn te vinden op de website www.juridischloket.nl.
2.3.
Als de kantonrechter op de datum die hierna in de beslissing staat geen dagvaarding van [verzoeker] heeft ontvangen, wordt hij niet ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de brief van [verzoeker] dan niet inhoudelijk wordt behandeld en het verstekvonnis van
7 augustus 2024 blijft gelden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
dinsdag 30 september 2025 om 11.30 uurwaarvoor [verzoeker] Stedin met een dagvaarding moet laten oproepen;
3.2.
bepaalt dat de procedure wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
44487