Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
dinsdag 30 september 2025 om 11.30 uurwaarvoor [verzoeker] Stedin met een dagvaarding moet laten oproepen;
Rechtbank Rotterdam
Op 7 augustus 2024 heeft de kantonrechter een verstekvonnis gewezen in een civiele procedure waarbij Stedin Netbeheer B.V. als eiser en [verzoeker] als gedaagde partij betrokken waren. [Verzoeker] heeft op 25 augustus 2025 een brief ingediend die hij aanduidt als verzet tegen het verstekvonnis, waarin hij verzoekt het vonnis te vernietigen en de vordering van Stedin af te wijzen.
De kantonrechter stelt vast dat verzet tegen een verstekvonnis niet kan worden ingesteld door middel van een brief, maar uitsluitend via een dagvaarding conform artikel 143 lid 2 Rv Pro. Hierdoor is de procedure onjuist gestart. De kantonrechter wijst [verzoeker] erop dat hij Stedin alsnog met een dagvaarding moet oproepen om het verzet correct te laten behandelen.
De procedure wordt omgezet naar een dagvaardingsprocedure en [verzoeker] krijgt de mogelijkheid zijn stellingen aan te passen aan de regels van die procedure. Tevens wordt geadviseerd juridisch advies in te winnen. Indien geen dagvaarding wordt ontvangen voor de gestelde datum, wordt [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard en blijft het verstekvonnis van kracht.
Uitkomst: Verzet tegen verstekvonnis niet ontvankelijk verklaard bij gebreke van correcte dagvaardingsoproeping.