De Gemeente Barendrecht schreef een nationale niet-openbare aanbesteding uit voor de uitbreiding van het Inge de Bruijn zwembad. Bertens Bouw was de enige inschrijver, maar haar inschrijving werd ongeldig verklaard omdat zij geen geldige optimalisaties met concrete bedragen had aangeleverd, geen kosten voor terreinwerkzaamheden had opgenomen, voorwaarden stelde en uitging van een gesloten grondbalans.
Bertens Bouw betwistte de ongeldigverklaring en stelde dat zij alle voorgeschreven documenten had ingediend en dat het ontbreken van financiële onderbouwing bij optimalisaties niet tot ongeldigverklaring mocht leiden. De Gemeente verweerde zich met verwijzing naar de gunningsleidraad en ARW 2016, waarin staat dat alle gegevens die nodig zijn voor beoordeling tijdig moeten zijn ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat art. 3.28.6 ARW 2016 ruimer is dan alleen voorgeschreven documenten en ook informatie zoals concrete bedragen voor optimalisaties omvat. Het ontbreken daarvan leidt tot ongeldigverklaring. Daarnaast was het niet opnemen van kosten voor terreinwerkzaamheden in strijd met de technische omschrijving en leidde dit eveneens tot ongeldigverklaring. De overige redenen voor ongeldigverklaring liet de rechter onbesproken.
De vorderingen van Bertens Bouw werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.