ECLI:NL:RBROT:2025:10548

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 augustus 2025
Publicatiedatum
2 september 2025
Zaaknummer
C/10/705346 / HA RK 25-822
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Rotterdam een verzoek tot verschoning ingediend in een strafzaak tegen een verdachte. De reden voor het verzoek was dat de partner van de rechter in 2021 als voorzitter betrokken was bij vonnissen van medeverdachten die onderdeel zijn van het bewijs in de lopende strafzaak.

Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, oordeelde de rechtbank dat de objectieve vrees voor schijn van partijdigheid zwaarwegend genoeg was om het verzoek toe te wijzen. Dit mede omdat de rechter zelf het verzoek tot verschoning had ingediend, wat de ernst van de situatie onderstreepte.

De rechtbank benadrukte dat verschoning dient om de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen en dat de aanstelling van een rechter normaal gesproken een vermoeden van onpartijdigheid met zich meebrengt, tenzij uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden ondermijnen.

De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor verschoningszaken en het verzoek van de rechter werd formeel toegewezen. De rechter zal daardoor niet deelnemen aan de verdere behandeling van de strafzaak.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor schijn van partijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaak- en rekestnummer: C/10/705346 / HA RK 25-822
Beslissing van 28 augustus 2025
op het verzoek van
mr. C.M. Derijks,
rechter in de rechtbank Rotterdam, team Strafrecht 1,
hierna te noemen: de rechter,
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1986,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres],
raadsvrouw mr. K. Kusters,
hierna te noemen: de verdachte.

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Op de openbare terechtzitting van 19 augustus 2025 is door de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, van welke kamer de rechter deel uitmaakt, een aanvang gemaakt met de behandeling van de tegen de verdachte aanhangig gemaakte strafzaak met parketnummer 83-196987-23 (‘de strafzaak’).
1.2.
Bij gelegenheid van de aanvang van die behandeling heeft de voorzitter van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken medegedeeld dat de rechter zal verzoeken zich te mogen verschonen van de behandeling van de strafzaak.
1.3.
Vervolgens heeft de rechter op 19 augustus 2025 een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.

2.Het verzoek

2.1.
Als onderbouwing van het verzoek om verschoning heeft de rechter het volgende aangevoerd. Bij de voorbereiding van de strafzaak kwam de rechter er achter dat twee vonnissen van medeverdachten uit 2021 zijn gewezen door haar partner (als voorzitter van de desbetreffende meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken). Alles afwegende heeft de rechter, ondanks de instemmende reactie van de raadsvrouw van de verdachte en de officier van justitie dat zij deel blijft uitmaken van de zittingscombinatie, besloten een formeel verschoningsverzoek in te dienen. De rechter voelt zich niet vrij om de strafzaak te behandelen. Dat is er met name in gelegen dat de betrokken vonnissen door het Openbaar Ministerie als onderdeel van het dossier in de strafzaak zijn aangeleverd en – op basis van het dossier – voor een gedeelte van de tenlastelegging het enige bewijsmiddel vormen.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter – subjectief – niet onpartijdig is.
3.3.
Vervolgens moet worden onderzocht of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden – objectief – gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de strafzaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3. bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
wijst toe het verzoek van mr. C.M. Derijks om zich in de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte T.E. Akebe met parketnummer 83-196987-23 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. F. Aukema-Hartog en mr. M. Fiege, rechters, in aanwezigheid van mr. R.W.H. van Rijkom, griffier, en door de voorzitter en de griffier ondertekend op 28 augustus 2025.
de griffier de voorzitter