AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Voeging van verknochte civiele procedures inzake contractuele boetes en bestuurdersaansprakelijkheid
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van aanzienlijke contractuele boetes van gedaagde 1 en gedaagde 2, die tevens bestuurders zijn van een vennootschap waarbij eiser meerderheidsaandeelhouder is. De boetes zijn gebaseerd op vermeende schendingen van afspraken vastgelegd in een meer partijen overeenkomst (MPO).
Eiser verzoekt tevens om voeging van deze zaak met een andere aanhangige procedure (zaak 24-408), waarin eveneens de geldigheid en werking van de MPO aan de orde is en die deels dezelfde partijen en feiten betreft. De rechtbank beoordeelt de vordering tot voeging op grond van artikel 222 RvPro en concludeert dat sprake is van verknochte zaken gezien de identieke en samenhangende geschilpunten.
De rechtbank wijst de voeging toe om consistentie van uitspraken te waarborgen. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De zaak wordt op 17 september 2025 opnieuw op de rol gezet voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot voeging toe en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/699456 / HA ZA 25-388
Vonnis in incident van 6 augustus 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
eiser in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. M. Hoogendoorn te Rotterdam,
tegen
1.[gedaagde 1] ,
wonende te [plaats 1] , [gemeente] ,
2. [gedaagde 2],
wonende te [plaats 2] ,
gedaagden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat mr. M.J. Siegers te Rotterdam.
Partijen worden hierna [eiser] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot voeging van 6 mei 2025, met producties 1 tot en met 30,
de incidentele conclusie van antwoord van 9 juli 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2.Het geschil in de hoofdzaak
2.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde 1] veroordeelt om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.422.000,00 aan verbeurde contractuele boetes, te vermeerderen met een boete van € 1.000,00 per dag,
[gedaagde 2] veroordeelt aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.422.000,00 aan verbeurde contractuele boetes, te vermeerderen met een boete van € 1.000,00 per dag,
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente.
2.2.
Hij legt hieraan – samengevat – het volgende ten grondslag. [eiser] is indirect meerderheidsaandeelhouder bij [bedrijf] ( [bedrijf] ). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn indirect minderheidsaandeelhouders bij [bedrijf] en zijn daarnaast bestuurder van die vennootschap. Ten behoeve van de samenwerking met betrekking tot [bedrijf] en gelieerde vennootschappen hebben onder meer [eiser] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een overeenkomst getiteld ‘meer partijen overeenkomst’ (MPO). [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben als bestuurders van [bedrijf] meerdere afspraken uit de MPO geschonden. Zij zijn daarom de in de MPO overeengekomen boetes verschuldigd.
2.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben nog niet voor antwoord geconcludeerd.
3.Het geschil in het incident
3.1.
[eiser] vordert dat de hoofdzaak wordt gevoegd met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met het zaaknummer / rolnummer 678999 / HA ZA 24-408 (zaak 24-408).
3.2.
Hij legt hieraan – samengevat – het volgende ten grondslag. De onderhavige zaak is verknocht met zaak 24-408. In die procedure is onder meer de geldigheid en de werking van de MPO aan de orde. Het gaat ook om dezelfde onderliggende feiten en omstandigheden en bij die zaak zijn deels dezelfde partijen betrokken. De feitelijke en juridische geschilpunten in beide procedures vertonen zodanige samenhang en verwevenheid dat consistentie van uitspraken gewenst is.
3.3.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] refereren zich aan het oordeel van de rechtbank.
4.De beoordeling in het incident
4.1.
De incidentele conclusie is tijdig en vóór alle weren genomen. Op grond van artikel 222 RvPro kan voeging worden gevorderd onder meer indien voor dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Van verknochtheid is sprake wanneer feitelijke of juridische geschilpunten in de ene zaak identiek zijn aan die in de andere zaak, dan wel daarmee een zodanige samenhang vertonen dat een zo groot mogelijke consistentie van de uitspraken wenselijk is.
4.2.
Uit de stellingen van [eiser] volgt dat sprake is van verknochte zaken in de zin van artikel 222 RvPro. Nu [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zich bovendien hebben gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zal de rechtbank de vordering tot voeging toewijzen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5.De beslissing
De rechtbank
in het incident
5.1.
voegt de hoofdzaak met de bij deze rechtbank aanhangige zaak met zaaknummer / rolnummer 678999 / HA ZA 24-408,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 september 2025voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.